
Drakenwereld
De jonge Ember gaat samen met Flicker, een draak die niet kan vliegen, op een dappere tocht langs gloeiendhete kliffen en ijzige wolkenbruggen om het gestolen hemelvuur terug te halen, zodat de draken weer kunnen opstijgen.
Leeftijd
6-10
Woorden
2095
Auteur
Little Reading
Hoofdstukken
1. Het gestolen hemelvuur ✨
Ember keek omhoog naar de ochtendlucht.
Vandaag vloog er geen enkele draak.
Normaal zat de lucht van Drakenwereld vol vleugels.
Maar nu was het stil.
De lucht voelde koud.
Alsof de magie sliep.
Achter de bomen hoorde Ember een zoef en een dreun.
Ze rende ernaartoe.
Daar lag een jonge draak in het gras.
Hij heette Flicker.
Hij was net neergeploft.
"Gaat het?" vroeg Ember, en ze hielp hem overeind.
Flicker zuchtte.
"Ik heb vleugels, maar ik kan niet vliegen."
Zijn ogen zagen er verdrietig uit.
Flicker vertelde over het hemelvuur.
Dat was een magische vlam hoog in de lucht.
Die vlam warmde de lucht op.
Draken hebben warme lucht nodig om op te stijgen.
Maar iemand had het hemelvuur gestolen.
"Zonder hemelvuur blijven we op de grond," zei Flicker.
Ember voelde moed in haar borst.
"We halen het terug," zei ze vastberaden.
Flickers ogen lichtten een beetje op.
"Maar hoe dan?" vroeg hij zacht.
"Samen," glimlachte Ember.
"We gaan op avontuur."
De volgende ochtend pakte Ember een tas.
Flicker strekte hoopvol zijn vleugels.
Ze zeiden hun vallei gedag.
En samen liepen ze naar het onbekende.
2. De gloeiende kliffen 🌋
In de middag werd de lucht grijs van as.
Onder de wolken gloeide rood licht.
"Daar zijn de gloeiende kliffen," zei Flicker.
Voor hen lagen rivieren lava.
Ember slikte.
Maar ze kneep in Flickers poot.
Ze stapten op grijze as.
De grond voelde warm.
Zwarte boomstronken stonden als standbeelden.
Overal glommen kleine vonkjes.
Het voelde alsof ze een vulkaan binnenliepen.
Verderop borrelden lavaplasjes.
Ze gloeiden fel oranje.
Soms spatte er een vonk omhoog.
Ember en Flicker liepen er voorzichtig omheen.
De hitte maakte hun wangen rood.
Eén verkeerde stap was gevaarlijk.
Kleine gloeiende stipjes zweefden omhoog.
Ze dansten als vuurvliegjes.
"Wat mooi," fluisterde Ember.
Een vonkje landde op Flickers neus en doofde.
"De warmte tilt ze op," zei Flicker.
Aan het einde van de kliffen zagen ze een brede lavastroom.
Er was geen brug.
Alleen stenen die net boven de lava uitstaken.
Flicker keek naar Ember.
"We moeten springen," zei hij.
3. De sprong over lava 💨
De lava borrelde en blubte.
De lucht trilde van de hitte.
Ember voelde haar hart bonzen.
Flicker zette zijn klauwen stevig neer.
"Ik tel," zei Ember.
"Eén... twee... drie!"
Ze sprongen naar de eerste steen.
Die was heet, maar het ging.
Daarna naar de volgende.
De lava spatte op.
Flickers staart ging net langs een vonk.
Ember slipte bijna.
Flicker greep haar snel vast.
"Ik heb je!" riep hij.
Ember ademde uit.
"Dank je," zei ze.
Ze sprongen weer.
Steen na steen.
Tot ze eindelijk aan de overkant stonden.
Ember lachte van opluchting.
Flicker stampte trots met zijn poot.
Voor hen begon een steil pad omhoog.
Het ging naar de bergen.
"Het hemelvuur moet hoog zijn," zei Ember.
"Dan klimmen we," zei Flicker.
4. Hoog klimmen 🏔️
De bergen waren groot en grijs.
De stenen waren scherp.
Ember klom langzaam.
Flicker stapte stevig door.
Soms moest Ember haar handen gebruiken.
De wind werd kouder.
De lucht werd dunner.
Ember hijgde.
"Gaat het?" vroeg Flicker.
"Ja," zei Ember, "ik geef niet op."
Ze vonden een smal bergpad.
Beneden zagen ze wolken drijven.
Zo laag hadden ze nog nooit wolken gezien.
Het leek alsof je ze kon aanraken.
Flicker wees omhoog.
"Kijk," zei hij.
Boven de wolken lag een lichtende gloed.
"Dat moet het hemelvuur zijn."
Embers ogen gingen wijd open.
"We zijn dichtbij!"
Maar toen zagen ze iets nóg vreemder.
Tussen twee bergtoppen lag een brug.
Niet van steen.
Maar van wolken.
5. Lopen op wolken ☁️
Ember stak voorzichtig haar voet uit.
De wolk voelde zacht.
Maar hij droeg haar.
"Wauw," fluisterde Ember.
"Ik loop op een wolk!"
Flicker zette ook een stap.
De wolkenbrug wiebelde een beetje.
Onder hen was alleen lucht.
Embers knieën trilden.
Maar ze bleef doorlopen.
Halverwege begon de wind te loeien.
De wolken trokken sneller.
Flicker hield zijn vleugels dicht tegen zich aan.
"Blijf bij me!" riep hij.
Ember knikte.
Aan de overkant stonden ze op een koud plateau.
Alles was wit.
Sneeuw lag als een deken.
"Nu wordt het echt ijzig," zei Ember.
In de verte zagen ze donkere wolken rollen.
Sneeuw stuifde al door de lucht.
"Een sneeuwstorm," zei Flicker.
"We moeten schuilen!"
6. De sneeuwstorm ❄️
De storm kwam sneller dan ze dachten.
Sneeuw prikte in Embers gezicht.
De wind duwde tegen Flickers lijf.
Ze konden bijna niets zien.
"Daar!" riep Ember.
Ze zag een opening in een rots.
Ze renden ernaartoe.
Binnen was het donker, maar rustig.
De wind huilde buiten langs de stenen.
Ember wreef haar handen warm.
Flicker rilde.
"We moeten door," zei Ember.
"Het hemelvuur wacht."
"Ja," zei Flicker, "voor alle draken."
Toen hoorden ze een zacht piepje.
Heel zwak.
Ember spitste haar oren.
"Hoor je dat?" fluisterde ze.
Flicker knikte.
"Iemand is hier."
Dieper in de grot lag een klein dier.
Het was een vogel.
Zijn veren waren wit van ijs.
Hij bewoog bijna niet.
"Hij is bevroren!" zei Ember geschrokken.
7. De bevroren vriend 🐦
Ember knielde bij de vogel.
Hij ademde nog.
Maar heel langzaam.
Flicker keek bezorgd.
"Hij heeft warmte nodig," zei Flicker.
Ember haalde een doek uit haar tas.
Ze wikkelde de vogel voorzichtig in.
Flicker ging dichterbij zitten.
Zijn lijf was warm van binnen.
Hij blies zachtjes warme lucht.
Langzaam opende de vogel zijn ogen.
Hij trilde.
Maar hij leefde weer.
"Dank je," piepte hij.
"Ik heet Sneeuwtjeb."
Ember glimlachte.
"Ik ben Ember. Dit is Flicker."
Sneeuwtjeb keek naar buiten.
"Jullie zoeken het hemelvuur," zei hij.
"Ik weet waar het is."
Ember en Flicker keken hem verbaasd aan.
"Echt?" vroeg Ember.
"Een tovenaar heeft het gestolen," zei Sneeuwtjeb.
"Hij woont in een ijspaleis."
Hij wees naar de bergkam.
"Ik kan jullie de weg laten zien."
"Kom mee," zei Ember meteen.
8. In het ijspaleis 🏰
Toen de storm was gaan liggen,
gingen ze weer naar buiten.
Sneeuwtjeb vloog voor hen uit.
Ember en Flicker liepen erachteraan.
Na een tijd zagen ze het paleis.
Het was gemaakt van ijs.
De muren glansden blauw.
De torens glinsterden als kristal.
"Dat is het," fluisterde Sneeuwtjeb.
Binnen was het stil.
Hun stappen echoden.
Er hingen ijzige druppels aan het plafond.
In het midden van de grote zaal
brandde een vlam in een glazen kooi.
Hij glansde als de zon.
"Het hemelvuur!" fluisterde Ember.
Maar net toen Ember dichterbij liep,
klonk er een koude stem.
"Stop!"
Uit de schaduwen stapte een tovenaar.
Zijn mantel was wit als sneeuw.
Zijn ogen waren scherp als ijs.
"Dit vuur is van mij," zei de tovenaar.
"Zonder warmte is iedereen rustig."
Flicker gromde zacht.
Ember zette een stap naar voren.
"Het hoort bij de draken," zei ze.
9. Gevecht met de tovenaar 🧙♂️
De tovenaar hief zijn staf op.
Er schoot een straal kou door de lucht.
De grond werd glad.
Ember gleed bijna uit.
Flicker zette zich breed neer.
"Pak het vuur!" riep Flicker.
"Ik leid hem af!"
Ember knikte.
Ze rende naar de glazen kooi.
Maar de kooi was op slot.
Sneeuwtjeb vloog rond de tovenaar.
Hij pikte naar zijn kap.
"Hé!" riep de tovenaar boos.
Hij zwaaide wild met zijn armen.
Flicker blies warme adem.
De ijsvloer smolt een beetje.
De tovenaar struikelde.
Ember zag een sleutel aan zijn riem bungelen.
"Daar is de sleutel!" riep ze.
Ember sprong naar voren.
Ze griste de sleutel.
Ze draaide hem snel om in het slot.
KLIK!
De kooi ging open.
Het hemelvuur voelde warm als een zonnestraal.
10. De grote ontsnapping 💥
De tovenaar schreeuwde van woede.
"Nee!"
De muren kraakten.
Ijs barstte.
Het paleis begon te beven.
"Wegwezen!" riep Flicker.
Ember pakte het hemelvuur voorzichtig vast.
Sneeuwtjeb vloog voorop.
Ze renden door gangen van ijs.
Achter hen vielen stukken muur naar beneden.
Ze kwamen bij de uitgang.
Net op tijd sprongen ze naar buiten.
KRAS!
Een grote ijsmuur stortte in.
Het paleis zakte in elkaar als een glazen toren.
Ember hijgde.
Flicker keek naar het hemelvuur.
"We hebben het!" zei hij.
Sneeuwtjeb lachte.
"Goed gedaan!"
"Nu moeten we het terugbrengen," zei Ember.
"Naar de vallei."
Flicker knikte.
"Voor alle draken."
11. Warmte mee naar huis ☀️
De terugweg voelde anders.
Het hemelvuur gaf warmte.
De lucht werd zachter.
De sneeuw smolt een beetje.
Zelfs de wolkenbrug leek steviger.
Toen ze terugkwamen bij de kliffen,
waren de vonkjes weer vrolijk.
De lava gloeide.
Maar Ember was niet meer bang.
Ze had het vuur.
Ze had vrienden.
In de vallei stonden draken te wachten.
Ze keken hoopvol.
Ember zette het hemelvuur op een hoge steen.
Het licht straalde.
De lucht werd warm.
De draken spreidden hun vleugels.
"Probeer het!" riep Ember.
Flicker keek zenuwachtig.
Hij rende.
Hij sloeg met zijn vleugels.
En toen... steeg hij op!
"Ik vlieg!" juichte Flicker.
De andere draken volgden.
De lucht vulde zich met vleugels.
Ze cirkelden en lachten.
Ember keek omhoog.
Ze voelde trots.
12. Voor altijd helden 🐉
Die avond was er feest in de vallei.
Er waren warme vuren.
Er was soep en brood.
Draken vlogen boven de bomen.
Iedereen zong en juichte.
Flicker landde naast Ember.
"Dank je," zei hij zacht.
"Zonder jou was ik nooit de lucht in gegaan."
Ember glimlachte.
"Jij was ook dapper," zei ze.
"We deden het samen."
Sneeuwtjeb kwam aanvliegen en ging op Embers schouder zitten.
"En ik ook een beetje," piepte hij.
Ember lachte.
"Zeker weten," zei ze.
Vanaf die dag brandde het hemelvuur weer in de lucht.
En als je goed kijkt,
zie je soms twee vrienden samen lopen:
Ember en Flicker.
Klaar voor het volgende avontuur.