Goudlokje en de drie beren | Boekvoorbeeld | Little Reading
Goudlokje en de drie beren

Goudlokje en de drie beren

Een nieuwsgierig meisje met goudblond haar ontdekt in het bos een huisje dat van drie beren is.

Leeftijd
4-8

Woorden
1811

Auteur
Traditioneel volksverhaal

Lezen in de appOnline lezen

Hoofdstukken

1. De drie beren 🐻

Er was eens, in een gezellig huisje in het bos,

een berenfamilie.

Papa Beer was heel groot.

Mama Beer was middelgroot.

En Baby Beer was heel klein.

Ze waren een vrolijke berenfamilie.

Elke ochtend aten ze samen ontbijt.

Hun huisje was netjes en schoon.

Ze hadden alles wat ze nodig hadden.

Ze waren blij in het bos.

2. Pap als ontbijt 🥣

Op een ochtend maakte Mama Beer pap.

Ze deed het in drie verschillende kommen.

Ze zette de kommen op tafel.

Papa Beer had een héél grote kom.

Mama Beer had een middelgrote kom.

Baby Beer had een piepklein kommetje.

"O jee!" zei Mama Beer.

"De pap is te heet om te eten!

Laten we een stukje wandelen tot hij is afgekoeld."

De drie beren vonden dat een goed idee.

Ze gingen samen naar buiten.

En de deur bleef open.

3. Goudlokje verschijnt 👧

Terwijl de beren weg waren, kwam er een meisje langs.

Ze heette Goudlokje.

Ze had prachtig goudblond haar!

Ze liep door het bos.

Ze hield van ontdekken!

Goudlokje zag het huisje van de beren.

"Wat een lief huisje!" zei ze.

Ze klopte op de deur.

Klop, klop, klop!

Maar niemand deed open.

Goudlokje klopte nog eens.

Nog steeds geen antwoord!

Ze was erg nieuwsgierig.

Ze probeerde de deurklink.

De deur ging zo open!

"Ik kijk heel even," zei ze.

En ze liep het huisje binnen!

4. De drie kommen 🍚

Goudlokje keek rond in het huisje.

Het was heel knus!

Toen rook ze iets lekkers.

"Mmm! Pap!" zei ze.

Haar buikje rommelde van de honger.

Ze zag drie kommen op tafel.

Een héél grote kom.

Een middelgrote kom.

Een piepklein kommetje.

"Ik heb zo’n honger," zei Goudlokje.

"Ze vinden het vast niet erg als ik proef!"

Eerst proefde ze van de héél grote kom.

"Au!" riep ze.

"Deze pap is te heet!"

Ze zette de lepel snel neer.

Toen proefde ze van de middelgrote kom.

"Brr!" rilde ze.

"Deze pap is te koud!"

Die vond ze ook niet lekker.

Toen proefde ze van het piepkleine kommetje.

"Mmm!" glimlachte ze.

"Deze pap is precies goed!"

En ze at alles op.

Tot de laatste hap!

5. De drie stoelen 🪑

Na het eten werd Goudlokje moe.

Ze wilde even zitten.

Bij de open haard stonden drie stoelen.

Een héél grote stoel.

Een middelgrote stoel.

Een piepkleine stoel.

Eerst ging ze op de héél grote stoel zitten.

"O jee," zei ze.

"Deze stoel is te hard!"

Hij zat helemaal niet lekker!

Toen ging ze op de middelgrote stoel zitten.

"Ach nee," zei ze.

"Deze stoel is te zacht!"

Ze zakte diep weg in de kussens!

Daarna ging ze op de piepkleine stoel zitten.

"Ahh," zuchtte ze.

"Deze stoel is precies goed!"

Ze wiebelde vrolijk heen en weer.

Maar o nee!

KRAK!

De stoel brak in stukken!

Goudlokje viel met een BOEM op de grond!

"Oeps," zei ze.

6. Naar boven 🪜

Goudlokje krabbelde overeind.

Nu was ze nóg moeier!

"Ik moet even rusten," gaapte ze.

Ze zag een trap naar boven.

Ze klom naar de slaapkamer.

In de slaapkamer stonden drie bedden.

Een héél groot bed.

Een middelgroot bed.

Een piepklein bed.

"Perfect!" zei Goudlokje.

"Ik doe een dutje!"

7. De drie bedden 🛏️

Eerst probeerde Goudlokje het héél grote bed.

Ze klom erop.

"Dit bed is te hard!" klaagde ze.

Het matras voelde als stenen!

Ze klom er weer af.

Toen probeerde ze het middelgrote bed.

Ze ging erop liggen.

"Dit bed is te zacht!" zei ze.

Ze zakte veel te ver weg!

Het was net een grote marshmallow!

Toen probeerde ze het piepkleine bed.

Ze ging voorzichtig liggen.

"Ahh," zuchtte ze blij.

"Dit bed is precies goed!"

Het was warm en knus!

Goudlokje trok de dekens over zich heen.

Ze deed haar ogen dicht.

Al snel sliep ze diep!

Ze snurkte zacht.

Zzzzzzz!

8. De beren komen thuis 🚪

Terwijl Goudlokje boven sliep,

kwamen de drie beren thuis.

Ze hadden fijn gewandeld.

Nu was de pap vast afgekoeld!

Ze deden de deur open en liepen naar binnen.

Papa Beer liep als eerste naar de tafel.

Hij keek naar zijn héél grote kom.

"IEMAND HEEFT VAN MIJN PAP GEGETEN!"

gromde hij met zijn héél grote stem.

Mama Beer keek naar haar middelgrote kom.

"Iemand heeft van mijn pap gegeten,"

zei ze met haar middelgrote stem.

Baby Beer keek naar zijn piepkleine kommetje.

"Iemand heeft van mijn pap gegeten,"

piepte hij met zijn piepkleine stem.

"En alles is op!"

Hij begon te huilen.

Zijn ontbijt was helemaal weg!

9. Nog meer sporen 🔍

De drie beren keken goed rond.

Er was iets heel erg mis!

Iemand was in hun huis geweest!

Papa Beer liep naar de stoelen bij het vuur.

Hij keek naar zijn héél grote stoel.

"IEMAND HEEFT OP MIJN STOEL GEZETEN!"

gromde hij.

Mama Beer keek naar haar middelgrote stoel.

"Iemand heeft op mijn stoel gezeten,"

zei ze.

Baby Beer keek naar zijn piepkleine stoel.

"Iemand heeft op mijn stoeltje gezeten,"

piepte hij.

"En het is helemaal kapot!"

Zijn stoeltje lag in stukjes op de vloer!

Baby Beer huilde nog harder.

"Mijn mooie stoeltje!" snikte hij.

10. De trap op 👣

De drie beren keken elkaar aan.

"Misschien is er nog iemand hier," zei Mama Beer.

"Laten we boven kijken," zei Papa Beer.

Ze klommen voorzichtig de trap op.

Hun harten bonsden!

Ze liepen de slaapkamer in.

De bedden waren rommelig!

Papa Beer liep naar zijn héél grote bed.

"IEMAND HEEFT IN MIJN BED GESLAPEN!"

gromde hij hard.

Mama Beer keek naar haar middelgrote bed.

De dekens lagen door elkaar!

"Iemand heeft in mijn bed geslapen,"

zei ze.

11. De grote ontdekking! 😱

Baby Beer liep naar zijn piepkleine bed.

Er zat een bult onder de deken!

Hij trok de deken heel voorzichtig terug.

Daar lag Goudlokje, diep in slaap!

"Iemand heeft in mijn bed geslapen,"

piepte hij,

"EN ZE IS NOG STEEDS HIER!"

Alle drie de beren kwamen bij het bed staan.

Ze staarden naar het slapende meisje.

"Wie is dat?" fluisterde Mama Beer.

"Wat moeten we doen?" vroeg Papa Beer.

Ze hadden nog nooit een mens in hun huis gevonden!

12. Goudlokje wordt wakker! 😨

De drie beren bogen dichterbij om te kijken.

Baby Beers piepkleine stem wekte Goudlokje!

Haar ogen gingen langzaam open.

Eerst wist ze niet waar ze was.

Toen zag ze drie beren die naar haar keken!

"AAAAAH!" gilde Goudlokje.

Ze sprong uit bed!

Ze rende zo snel ze kon de trap af!

Ze rende door de woonkamer!

Ze rende de voordeur uit!

Goudlokje rende door het bos!

Sneller dan ooit!

Haar goudblonde haar wapperde achter haar.

Ze stopte niet.

Ze rende helemaal naar huis.

En ze ging nooit meer terug naar dat huisje.

13. Een les geleerd 📚

De drie beren stonden in de deuropening.

Ze keken Goudlokje na.

"Nou!" zei Papa Beer.

"Dat was vreemd!"

"Inderdaad," zei Mama Beer.

"Ze at mijn pap!" huilde Baby Beer.

"Ze brak mijn stoeltje!

En ze sliep in mijn bed!"

Hij was heel verdrietig.

"Kom maar," zei Mama Beer zacht.

"Ik maak nieuwe pap voor je.

En Papa Beer kan je stoel maken.

Alles komt goed."

Ze gaf Baby Beer een grote knuffel.

"Maar de volgende keer," zei Papa Beer,

"doen we de deur op slot als we weggaan!"

Alle drie de beren knikten.

Dat was een heel goed idee!

14. Thuis 🏠

Goudlokje rende haar eigen huis binnen.

Ze smeet de deur achter zich dicht!

Ze hijgde heel hard.

"Wat is er?" vroeg haar moeder.

"Je kijkt alsof je een spook hebt gezien!"

Goudlokje vertelde alles aan haar moeder.

Over het huisje.

Over de pap, de stoelen en de bedden.

En over de drie beren!

"O, Goudlokje," zei haar moeder.

"Je mag nooit zomaar een huis binnenlopen!

Ook niet als de deur open is.

Dat huis was van de beren.

Je at hun eten en je maakte hun spullen kapot.

Dat is niet netjes!"

Goudlokje voelde zich erg schaam.

Haar moeder had gelijk!

Ze was stout geweest.

"Sorry, mama," zei ze.

"Ik doe dat nooit meer!"

15. Een gelukkig einde 🌟

Vanaf die dag was Goudlokje voorzichtiger.

Ze ging nooit meer zomaar een huis binnen.

Ze vroeg altijd eerst toestemming.

Ze werd een veel netter meisje!

De drie beren maakten Baby Beers stoeltje weer.

Mama Beer maakte verse pap.

Ze deden een nieuw slot op de deur.

En ze leefden gelukkig in hun huisje.

Soms, als Goudlokje door het bos liep,

zag ze het berenhuisje in de verte.

Dan dacht ze aan die dag.

"Ik had niet naar binnen mogen gaan," dacht ze.

"Maar ik heb het geleerd!"

En zo leefden de drie beren gelukkig in hun huisje.

En Goudlokje leerde om respect te hebben voor anderen.

Ze vergat nooit de dag dat ze de drie beren ontmoette.

En ze vergat de les nooit meer.